In box 3 loont het al jaren om vermogen zo laag mogelijk te waarderen. Lagere WOZ, scherpere waardering economisch verkeer: het drukt het forfaitaire rendement en dus de belastingdruk. Prima advies — tot en met 2027.
Want wie die reflex meeneemt naar de nieuwe box 3, loopt recht tegen een fiscale boemerang aan.
Vanaf 2028 wordt niet langer een fictie belast, maar het werkelijk rendement. Inclusief waardestijging. En juist daar wringt het: voor álle bestaande box 3‑bezittingen moet een startwaarde worden vastgesteld. Die startwaarde vormt het vertrekpunt voor de latere vermogenswinst. Over die winst wordt straks gewoon 36% belasting geheven.
Wie nu te enthousiast is met “laag inzetten”, creëert later een onnodig hoge fiscale winst. Een lage startwaarde voelt comfortabel, maar kan duizenden euro’s belasting extra betekenen bij verkoop. Achteraf corrigeren? Dat wordt lastig. En de klant, die verwacht een proactief advies van zijn adviseur.
Daar komt bij dat waardering zelden maar één fiscale functie heeft. Een lagere WOZ of WEV kan gevolgen hebben voor:
- schenk- en erfbelasting,
- gemeentelijke heffingen,
- het forfaitaire rendement in 2025–2027,
- en de berekening van het werkelijk rendement in de tegenbewijsregeling.
Box 3 wordt daarmee geen rekensom meer, maar een strategisch dossier. Met timing, onderbouwing en samenhang.
De adviseur die dit nu goed neerzet, voorkomt later fiscaal leed.
Daarom verdient dit onderwerp méér dan een snelle waardering. Het is misschien wel een van de belangrijkste adviespunten voor de komende jaren.
Het bovenstaande vraagstuk zal tijdens de aankomende Novak Vaktechnisch Overleggen (VTO’s) vanaf 7 mei aan bod komen. We belichten de verschillende fiscale overwegingen en voorzien u van een adviesmemo voor u en voor de klant. De datums en locaties zijn:
- Tilburg – 7 mei (Van der Valk Tilburg)
- Ridderkerk – 13 mei (Van der Valk Ridderkerk)
- Hoofddorp – 19 mei (Restaurant Den Burgh Hoofddorp)
- Zwolle – 20 mei (Van der Valk Zwolle)
- Vianen – 28 mei (Van der Valk Vianen)