Afgelopen dinsdag op Prinsjesdag heeft het kabinet het pakket Belastingplan 2027 gepresenteerd. Voor ondernemers in het mkb en hun adviseurs zit er een flink aantal wijzigingen in — van de loonheffingen en de zzp-dossiers tot de auto, box 3, vastgoed en de inkomstenbelasting. Daarnaast was er al het een en ander aangekondigd in eerdere wetsvoorstellen, met inwerkingtreding 1 januari 2027. Hieronder zetten we de belangrijkste punten op een rij.
Let op: het gaat om wetsvoorstellen. Ze moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer en kunnen tijdens de behandeling nog wijzigen, zeker gezien het huidige politieke landschap. Gebruik de bedragen en data hieronder dus als richtsnoer, niet als vaststaand recht.
Loonbelasting en zzp
- Korting op branche-eigen producten vervalt. De gerichte vrijstelling in de werkkostenregeling voor kortingen op eigen producten van de werkgever wordt per 2027 afgeschaft. Werkgevers moeten deze kortingen voortaan onderbrengen in de vrije ruimte of als belast loon verwerken. De maatregel dient als budgettaire dekking en komt in de plaats van de eerder voorgestelde versobering van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA).
- Minimumuurtarief zelfstandigen (rechtsvermoeden). Dit is formeel geen verplicht minimumtarief, maar een rechtsvermoeden van werknemerschap bij een laag uurtarief: werkt een zzp’er onder de grens, dan verschuift de bewijslast of sprake is van verkapt werknemerschap in eerste instantie naar de opdrachtgever. Als de opdrachtgever het rechtsvermoeden kan weerleggen, volgt de gebruikelijke bewijslastverdeling. De grens ligt op € 38 (peildatum 2026) en komt bij invoering naar verwachting op circa € 39. De wet is voorzien per eind 2026 en gaat feitelijk in 2027 spelen. Het is een civiel rechtsvermoeden, dus kan niet worden ingeroepen door bijvoorbeeld de Belastingdienst.
- Compensatie transitievergoeding. De compensatieregeling voor de transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid (na twee jaar ziekte) en bij bedrijfsbeëindiging komt te vervallen per 2027, conform het coalitieakkoord. Werknemers behouden een eventueel recht op een transitievergoeding, maar werkgevers worden daar dus in die specifieke situaties niet meer voor gecompenseerd. Vaste contracten worden daarmee feitelijk iets duurder, omdat ook na 2 jaar ziekte nog een transitievergoeding verschuldigd kan zijn. Er is overgangsrecht, bijvoorbeeld wanneer de periode van 2 jaar ziekte verloopt vóór 2027.
- Expatregeling (voorheen 30%-regeling). De 30%-regeling houdt in dat werkgevers in plaats van de werkelijke extraterritoriale kosten, ook een forfaitair bedrag vrijgesteld kunnen vergoeden. Het percentage is op dit moment 30%, maar gaat per 1 januari 2027 naar 27%. De looptijd blijft 5 jaar. Er geldt overgangsrecht voor bestaande gevallen tot en met 2023. Deze wijziging was al eerder aangekondigd.
- Aof-premie. In het kader van de aangekondigde “vrijheidsbijdrage” wordt de AOF-premie verhoogd. Het premiepercentage voor kleine werkgevers stijgt van 6,27 procent naar 6,67 procent en voor grote werkgevers van 7,63 procent naar 8,03 procent.
- Aandelenopties voor startups en scale-ups: Er komt een aparte, bredere definitie van startups en scale-ups, waarbij de RVO bij beschikking vaststelt of een bedrijf kwalificeert. Voor werknemers met aandelenopties verschuift het heffingsmoment naar het moment van verkoop van de met de opties verkregen aandelen. Daarnaast geldt een grondslagversmalling naar 65%: slechts 65% van het voordeel wordt belast in box 1, wat neerkomt op een effectief tarief van circa 32%, vergelijkbaar met box 2.
Auto van de zaak
- Pseudo-eindheffing (fossiele auto van de zaak). De heffing van 12% over de cataloguswaarde van een fossiele auto van de zaak (ingevoerd in het Belastingplan 2026) treedt per 2027 in werking, met overgangsrecht dat wordt verlengd tot en met 31 december 2030. Dit overgangsrecht geldt voor bestaande terbeschikkingstellingen en kan dus komen te vervallen bij een wisseling van werkgever, ook binnen dezelfde groep. Daarnaast worden een paar specifieke tegemoetkomingen gepresenteerd, bijvoorbeeld bij tijdelijk vervoer bij reparaties.
- Youngtimerregeling. Bij de youngtimer geldt een bijtelling van 35% over de waarde in het economisch verkeer, in plaats van 22% of 25% over de (doorgaans veel hogere) cataloguswaarde. Hier maken vooral zzp’ers en DGA’s gebruik van, zowel in de loonbelasting als bij de IB-ondernemer. Bij het Belastingplan 2026 was de leeftijdsgrens per 2027 op 25 jaar gezet (met 16 jaar in 2026 als tussenstap). Het Belastingplan 2027 verzacht die sprong naar 17 jaar per 2027 en structureel 20 jaar per 2028. Het overgangsrecht geldt alleen voor auto’s die eind 2025 al onder de regeling vielen.
- Motorrijtuigenbelasting. In de tweede helft van 2026 geldt tijdelijk een nihiltarief voor vrachtauto’s en een verlaging van 50% van het mrb-tarief voor bestelauto’s van ondernemers.
Inkomstenbelasting
- Aftrek specifieke zorgkosten. Deze regeling wordt afgeschaft per 2028. Dit omvat dus ook subonderdelen als de aftrekpost voor bepaalde diëten. De aftrek specifieke zorgkosten werd door circa 900.000 huishoudens toegepast, die gemiddeld circa € 400 aan belastingvoordeel verliezen. Er is aangekondigd dat in samenhang met deze afschaffing een tegemoetkoming zal komen voor chronisch zieken.
- Reiskostenvergoeding en -aftrek. De onbelaste reiskostenvergoeding gaat van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer, mede ter compensatie van hogere brandstofkosten. De verhoging werkt terug tot 1 januari 2026.
- Beperkte inflatiecorrectie. De schijfgrenzen, vrijstellingen, en andere vaste bedragen worden jaarlijks geïndexeerd. In het kader van de aangekondigde “vrijheidsbijdrage” was aangekondigd dat deze inflatie zou worden beperkt. De tabelcorrectiefactor wordt voor 2027 slechts voor 48% toegepast: schijven en vrijstellingen worden dus maar beperkt geïndexeerd (circa 1,2% in plaats van de volledige 2,6%).
- Tarieven. De box 1 tarieven stijgen in 2027. Het tarief in de eerste schijf stijgt met 0,48%-punt en de tweede schijf met 0,6%-punt. Het aanvangspunt van het toptarief (de derde schijfgrens) wordt bevroren.
- Overige aanpassingen:
- Startersaftrek: wordt in 2027 verlaagd naar € 10 en per 2028 helemaal afgeschaft. De startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid vervalt per 2029.
- Willekeurige afschrijving starters: verdwijnt per 2028.
- Zelfstandigenaftrek: gaat per 2027 naar € 900. De afbouw van deze aftrek loopt al over meerdere jaren.
- Meewerkaftrek en stakingsaftrek: ter dekking van de regeling voor startups en scale-ups worden beide regelingen versoberd. Ze worden eerst verlaagd met 75% en drie jaar later geheel afgeschaft. Het is nog niet duidelijk wanneer deze wijzigingen worden doorgevoerd, maar er wordt al budgettaire impact meegenomen vanaf 2027.
Box 3
- Uitstel besluitvorming. De beslissing over box 3 wordt uitgesteld tot de Voorjaarsnota 2027. Er liggen nog verschillende scenario’s op tafel, dus het blijft nog langere tijd onduidelijk waar het naartoe gaat met box 3 en wanneer.
- Startups en scale-ups. Er komt een aparte, bredere definitie van startups en scale-ups, waarbij de RVO bij beschikking vaststelt of een bedrijf kwalificeert. In het geval dat er (deels) een vermogensaanwasbelasting komt in box 3, dan zal voor aandelen in startups en scale-ups als uitzondering de vermogenswinstbelasting gelden. In het wetsvoorstel werkelijk rendement box 3 werd voorheen gesproken over ‘aandelen in startende onderneming’. De nieuwe definitie is naar verwachting breder, waardoor meer onderneming eronder kunnen kwalificeren.
Btw
Er worden twee categorieën aangepast waar nu het lage btw-tarief voor geldt. Voor beide aanpassingen geldt dat ze worden gedaan uit budgettaire overwegingen en om het btw-regime minder complex te maken.
- Sierteeltproducten. Het verlaagde btw-tarief vervalt per 2028; onder andere bloemen, planten én bloembollen gaan naar het algemene tarief van 21%.
- Ballonvaarten. Het verlaagde tarief voor personenvervoer vervalt voor luchtballonvaart per 2028.
Vastgoed
- Overdrachtsbelasting. Het algemene woningtarief (voor woningen die niet als eigen woning/hoofdverblijf gaan dienen) gaat van 8% naar 7% per 2027.
- Woningcorporaties. Via een nota van wijziging wordt geregeld dat de generieke renteaftrekbeperking (earningsstripping, art. 15b Vpb) niet langer van toepassing is op woningcorporaties. Daarnaast komt er een vrijstelling overdrachtsbelasting voor overdrachten van voor diensten van algemeen economisch belang (DAEB-doeleinden) gebruikte onroerende zaken tussen woningcorporaties.
Overige maatregelen
- Energie-investeringsaftrek (EIA). Het aftrekpercentage gaat omhoog van 40% naar 45,5%. Het totale budget van de regeling groeit niet mee, dus er is een grotere kans dat het beschikbare budget in een jaar eerder op raakt.
- Innovatiebox. Het maximumbedrag van het forfait in de innovatiebox gaat per 1 januari 2027 omhoog van € 25.000 naar € 100.000. Dit forfait (25% van de winst) was sinds 2013 niet geïndexeerd, waardoor het gebruik terugliep en het doel — de innovatiebox toegankelijker maken voor het mkb — steeds minder werd gehaald. Deze verruiming maakt de innovatiebox toegankelijker voor het mkb en verlaagt de administratieve lasten.
- Greentimerregeling (aankondiging). Aangekondigd is een greentimerregeling voor de periode 2029–2032, gericht op elektrische auto’s van circa 5 tot 8 jaar oud. Deze maatregel is nog niet opgenomen in het Belastingplan en zal dus later nog worden aangeboden.
- Alcoholaccijns. De accijns op alcohol gaat omhoog: de kleine-brouwersregeling wordt afgeschaft en er komt een jaarlijkse indexering van de alcoholaccijns.
- Papieren schenking en onzakelijke lening: er was aangekondigd dat wordt gekeken naar wetgeving op dit vlak. Er werd daarom wetgeving verwacht met Prinsjesdag, maar dit is (vooralsnog) niet in de plannen opgenomen.
Meer weten over de Prinsjesdagplannen? Novak praat u bij!
De fiscale wijzigingen uit het Belastingplan 2027 kunnen grote gevolgen hebben voor ondernemers en hun adviseurs. Juist daarom is het belangrijk om tijdig inzicht te krijgen in de kansen, risico’s en adviesmogelijkheden voor uw klanten. Stichting Novak organiseert dit najaar diverse bijeenkomsten om u snel en praktisch bij te praten en de plannen te vertalen naar de dagelijkse adviespraktijk. Ook praten wij u dan bij over het Parlementaire proces en eventuele latere wijzigingen in bovengenoemde aankondigingen.
Novak Vaktechnisch Overleg (VTO) — Q4 op meerdere locaties
Tijdens het Vaktechnisch Overleg (VTO) in Q4 besteden we uitgebreid aandacht aan de fiscale wijzigingen uit het Belastingplan 2027 en de impact en adviesmogelijkheden voor uw klanten. Daarnaast geven we wat fiscale eindejaarstips en gaan we in op kantoorontwikkeling en actuele ontwikkelingen binnen de adviespraktijk.
Het vaktechnisch overleg vindt plaats van 14.30 tot 19.45, inclusief diner. De locaties en datums zijn:
- Tilburg 18 november,
- Ridderkerk 19 november,
- Hoofddorp 24 november,
- Zwolle 25 november,
- online 2 december en
- Vianen 3 december.
Via de volgende link vindt u meer informatie over het Prinsjesdag-VTO in Q4. Klik hier.
Extra ochtendcursus actualiteiten Prinsjesdag in Vianen
Wilt u direct na Prinsjesdag volledig op de hoogte zijn van de belangrijkste fiscale wijzigingen? Dan kunt u deelnemen aan onze ochtendcursus op 21 oktober van 10.00 tot 13.00 uur in Vianen. Tijdens deze bijeenkomst bespreken onze experts de belangrijkste onderdelen van het Belastingplan 2027 en de gevolgen voor uw klantenportefeuille.
Meer informatie over het programma en de inschrijfmogelijkheden voor de ochtendcursus in Vianen vindt u via de volgende link.